header verhalen

 


Overzicht verhalen

01- De grafvondst van mijn stamvader Kan Keng Tiong en het fenomeen van Mandarijnen in Nederlands Indië

02- Het massagraf

03- Djakarta, Jalan Teuku Umar 15, het laatste huis van H.H. Kan

04- Het nummer op de gele Universitas Indonesia jacket

05- Het Amateur Orkest van Djakarta

06- Algemeen Vernietigings Corps

07- De Chinese Heren van de Thee

08- De voorouderaltaren van de Kan-Han-Tan clan

09- De Doodskist van overgrootmoeder Thung Leng Nio als voorbeeld van een Traditionele Chinese Kist

10- Tan Goan Piauw en Thung Leng Nio

11- Villa Meiling, te Bandoeng, een historisch gebouw voor Nederlands Indië

12a- Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio
12b- Tan Tjoen Lee
12c- Han Tek Nio

13- Kan Keng Tjong overzicht

14- Desiree Tan (Hoei Nio)

15- Bommeltje

16- H.L.L.Kan en de Opium- en Zoutregie in Nederlands Indië

17- Muziek in mijn familie

18- Gedong Dalam - een Paladio Villa in Nederlands Indië

19- De Dood van Ferry Tan en de mislukte doofpotaffaire van s.s. Insulinde

20- De verdwenen Compagnie Seepers van de Stadswacht van Batavia

21- Han Oen Lee en Kan Oe Nio

22- Ganti Nama, de verplichte naamsverandering van Chinese Indonesiers en andere racistische regels in Indonesie

23- Begrafenissen en graven bij de familie Kan-Han-Tan

24- Tan Tjoen Liang de eerste Nederlands Indische Chinese Ingenieur  aan de TH Delft.

 
 

12c. Han Tek Nio

vergrootglas_kleinstamboomklein
 

Inleiding

Han Tek Nio alias Nonni Han is de moeder van mijn moeder Desiree Hoeij Nio Kan-Tan.
Han Tek Nio werd geboren op 05-09-1883 te Meester Cornelis district Bekasi en stierf te Djakarta op 03-12-1969.
Haar ouders zijn Han Oen Lee, 1856 – 1895 en Kan Oe Nio 1850 – 1910. (zie verhaal Han Oen Lee en Kan Oe Nio op deze site).

Han Tek Nio trouwt met Tan Tjoen Lee op  2-1-1901 in Bekasi.

Han Tek Nio woonde met haar man Tjoen Lee Tan eerst bij zijn ouders in Buitenzorg. Daarna woonde de familie op Koningsplein Oost no 13 in Batavia. Ook verbleef de familie van 1922  tot 1923  in Scheveningen op de Frankenslag no 166.
Na de dood van Tjoen Lee Tan in 1934, verhuist mijn oma naar de van Heutsz Boulevard 13 in Batavia.
Na de tweede wereldoorlog kwamen haar beide broers Han Khing Bie en Hok Hoei Kan (H.H. Kan mijn grootvader aan vaderskant) ook op de van Heutsz Boulevard  wonen aan beide zijden van haar, respectievelijk op no. 11 en 15.

Na 1949 veranderde de naam van deze straat in Jalan Teuku Umar in Jakarta.

11 13 15

De eerste foto is gemaakt vanaf Teuku Umar no 15:  het tussenhek is te zien en het hoofdgebouw van no 13 en achter het volgende  hek, het hoofgebouw van no 11.
De tweede foto is gemaakt vanaf Teuku Umar no 13, ernaast het paviljoen en hoofdgebouw van no 15.

Han Tek Nio, mijn oma Tan is de enige grootouder die ik bewust levend heb meegemaakt


Eerste herinneringen aan mijn grootmoeder Han Tek Nio


Mijn allereerste herinnering aan mijn oma was bij de begrafenis van haar broer, en mijn grootvader van vaders kant, Hok Hoei Kan (H.H.Kan) op 1-3-1951. Mijn ouders waren bezig met deze begrafenis en mijn oudere broers en zus waren naar school. Zo bracht mijn grootmoeder mij naar het buurhuis om afscheid te nemen van mijn grootvader en wierookstokjes bij het voorouderaltaar te branden. Het was toen, dat ik het kraken en bezetten van het huis van mijn grootvader door de Pakistani meemaakte zoals beschreven in het verhaal (nr3) 'Djakarta, Djalan Teuku Umar nr 15, het laatste huis van H.H.Kan', op deze site. De reden dat ik me dit nog kan herinneren is waarschijnlijk omdat het gebeuren zo gewelddadig was.

medicijnpot van oma

In mijn andere vroegste herinneringen komt mijn oma voornamelijk naar voren als diegene die met zelfgemaakte”obat” - medicijnmiddeltjes je weer gezond probeerde te maken. Zo blies ze met behulp van een pijpje van een opgerold stukje papier “Josan” poeder achter in je keel bij verkoudheid of een zere keel. Ook behandelde ze een verstuikte enkel of een blauwe plek met “arak kepukul”. Toen ik geelzucht had brouwde ze een thee van tumu lawak en geelwortel en kruidjes uit de tuin, een bittere thee. Deze thee werd gekookt in een speciale medicijnpot (zie Afbeelding). Mijn oma Han Tek Nio en een inwonende tante ‘tante Non’ (Tan Tsjing Nio) kookten voor de gehele grote familie verscheidene medicijnen. De recepten stonden in een oud boekje in het Chinees. Helaas nam tante Non dit boekje mee toen ze het huis van mijn grootmoeder verliet. Mogelijk vond ze het griezelig dat mijn oma zo dement werd.

In het levensverhaal van mijn neef Heng L. Thung (‘In the Shadow of a Volcano’, ISBN 978-974-7809-34-3) is het hele hoofdstuk 19 gewijd aan tante Non, maar helaas hij rept niet over haar medicijnkunst.

Oma kon ook goed masseren. Ze “pidjite” ofwel kneep stevig met haar vingers. Haar gevleugelde uitspraak was dan altijd: “het wordt helemaal rood” dan was het goed zei ze voldaan. Dit deed ze bij stijve nek of spierpijn. Het bijzondere was dat ze dit nog kon doen toen ze al dement was.

De medicijnkookkunst heeft een lange traditie in onze familie, de oma van mijn oma= de vrouw van Han Tjoei Hing in Surabaja, stond bekend als ‘tukang obat’ ofwel kruidendokter.

Ook maakte ze met een “Korek Kuping” een klein lepeltje aan een lange naald die ze in haar wrong bewaarde, je oren schoon.

         
Korep Kuping, gereedschap om oren schoon te maken
         
kaartleggen door Han Tek Nio  

Ook behandelde ze je met “minjak kaju putih” bij buikpijn, stijve nek en verkoudheid.

Oma probeerde de toekomst te voorspellen met kaarten. Meestal kwam het niet uit en dan zat ze misnoegd voor zich uit te staren

     


Oma Han Tek Nio was altijd dichtbij

Mijn ouders kwamen eind 1948 na mijn geboorte terug uit Nederland weer in het paviljoen wonen van het huis van mijn oma op de van Heutsz Boulevard no 13. In het hoofdgebouw woonde mijn oma met verschillende familieleden. Voor het vertrek naar Europa in 1946 hadden mijn ouders reeds in dit paviljoen gewoond, en ook tijdens de Japanse bezetting (1942-1945). Als afscheiding tussen het paviljoen en het hoofdgebouw was een hoge “Kemoening” haag (een soort buxus met witte geurende bloemen) geplant. Deze Kemoening haag was geplaatst om het paviljoen aan vreemden te kunnen verhuren als mijn ouders elders woonde (zoals in Surabaja en Nederland tussen 1946 en 1948, en tussen 1954 en 1957. Bij terugkomst uit Nederland in 1948 werd een opening in deze Kemoening haag gemaakt zodat je niet meer hoefde om te lopen, om van het ene naar het andere gebouw te komen.

     
Het gezin woont weer in Indonesie

Op de achtergrond is ons paviljoen en de Kemoening haag met gat te zien. Ook zijn de vele potten met orchideeplanten te zien.

     
foto's Han Tek Nio
         
schuilkelder op de achtergrond van de foto   oma  

In de foto's hiernaast is nog de schuilkelder te zien gebouwd in 1940 na uitbreken van WO II.

         

Ik heb mijn oma meegemaakt vanaf mijn eerste herinnering tot haar overlijden in 1969. Toen mijn zusje Gie Tjin en ik klein waren paste oma vaak op ons. Het directe contact met oma is alleen tijdelijk onderbroken tijdens het verblijf van ons gezin in Nederland tussen 1954 en 1957. Hier zwaait ze ons uit bij vertrek naar Nederland in 1954.

         
Uitzwaaien door oma
         

Maar ook toen kwam ze een poosje over vanuit Indonesie om bij ons logeren te Frankenslag 129.

 
 
Oma logeerde op de 2e woonlaag in de kamer achter het kleine raam boven de voordeur.
 
Van deze logeerperiode zijn nog wat foto’s:
     
oma
 

Hier staat oma bij de voordeur van Frankenslag 129.

     
op bezoek in nederland
 
Op bezoek in Nederland
 
Er waren ter ere van oma diverse familiebijeenkomsten.

 

Ook maakten we uitstapjes naar Duitsland:
 
familieuitstapduitsland
     
oma
 

Foto van oma, bij aankomst van Nederland terug in Djakarta.

 

Na terugkomst in Indonesie in 1957 kwamen we weer in het paviljoen bij oma wonen. Oma bezocht ons natuurlijk heel vaak. Daarom werd een betegeld pad tussen het hoofdgebouw en het paviljoen aangelegd.

     
terug in Indonesie
     
nieuwjaarsactiviteiten  
Ook toen hadden we weer dagelijks contact met oma. Zo deden we jaarlijkse aktiviteiten zoals Chinees Nieuw Jaar en grafbezoeken (Ching Ming) altijd met oma.

Op deze foto’s op de begraafplaats Djati Petamburan: Op de middelste foto is te zien het graf van Hok Hoei Kan (haar broer) en zijn vrouw Lie Tien Nio en ernaast het graf van hun zoon Dary Kan. Dit graf van Dary Kan werd later het massagraf voor de opgegraven voorouders. ( zie verhaal Massagraf op deze site)

Djati Petamburan:
 
Nadat oma’s oudste zoon Freddie uit huis was gegaan gingen we in de eetkamer van oma gezamenlijk eten.
     
in eetkamer van oma
 
oma
     

Eigenlijk rolde ik heel geleidelijk in de rol van verzorger. Na de operatie van een heupbreuk liep ze steeds moeizamer. Een stok bracht uitkomst. Eén stok werden er twee, toen begon ik haar te ondersteunen bij het lopen. Als loophulp hadden we ook een stoel die ze kon voortduwen als een soort looprekje of rollator. Echter als we niet goed opletten, dan sleepte ze de stoel achter zich aan.

     
oma loopt met stok na heupoperatie  
oma loopt met 2 stokken
     
Van ondersteunen bij het lopen kwam geleidelijk ook dat ik hulp bood bij het verzorgen van planten en elke donderdag met haar meeliep als ze met de wierookpot van de krissen door het hele huis liep.De krissen moesten nl. elke donderdag bewierookt worden en met die wierookpot moest het huis beveiligd worden door langs alle ruimtes te lopen. De krissen werden uiteindelijk door mijn moeder verzorgd.
 
De krissen bestonden uit twee grote zwaardkrissen Pangeran Api (vuur) en Pangeran Angin (wind) en een kleine dolk Pangeran Pamor (manier van smeden nl. gemarmerd).
 
zwaard krissen
 

Volgens mijn oma had haar vader Han Oen Lee met Pangeran Api en Pangeran Angin weten te voorkomen dat hun huis in de Chinese wijk van Batavia werd verbrand. Wel raakte hij zelf verwond door het vuur. Hieraan is hij een paar dagen later overleden.

Het verzorgen van oma was soms frustrerend omdat ze zo ongeduldig was. Als de hulp te lang op zich liet wachten dan zei ze vaak “ini namanja mishandeling” ( dit heet mishandeling). Zulke opmerkingen had ze ook toen tante Len, de oudste zus van mijn moeder, bij oma op bezoek was om haar erfdeel aan antiek op te halen (zoals bijvoorbeeld een Blanc de Chine zittende Kwan Jin). Toen ze terug in Nederland was  kregen we van haar een brief voor oma met daarin: allen zijn het eens, ma wordt in Indonesie mishandeld dus die moet gauw naar Nederland komen. We stoppen haar hier in een bejaardenhuis. De boedel moest verdeeld worden en Teuku Umar no 13 moest maar snel worden verkocht om de reis van ma te bekostigen. Gelukkig was oma op dat ogenblik nog niet zo dement. Ik zal nooit haar gezicht vergeten toen mijn moeder deze brief aan haar voorlas. Dus oma zei: Schrijft Lenny dit echt? Ik wil in mijn eigen huis sterven, jullie kunnen toch voor mij zorgen?

Zo was ik dus haar verzorger in haar laatste jaren nadat ze moeilijk ter been werd na weer een val. De verzorging werd steed intensiever vooral toen ze dement werd. Op het laatst kon ze niet goed naar de eettafel komen en at ze aan een klaptafeltje in haar slaapkamer.

     
klaptafeltje  
belletje van oma
   
En om mij te roepen had ze een speciaal belletje.

en toen ze na de zoveelste val weer in het ziekenhuis terecht kwam, is ze daar overleden. Het ziekenhuis was het Tjikini ziekenhuis, het zelfde waar ook haar man Tan Tjoen Lee overleed.


Oma Han Tek Nio de grote stimulator

de liefde voor planten  
Oma had me al op heel vroege leeftijd interesse voor planten en in het bijzonder voor orchideeën bijgebracht.
     
snoeischaar   Ook leerde ze mij planten te snoeien. Hiervoor had ze een speciale snoeischaar.
bloempotten
 

Zo werden de planten in de potten bij de ingangstrap van het hoofdgebouw van Teuku Umar no 13 bijvoorbeeld vormgesnoeid en klein gehouden. Tegenwoordig zou je ze Bonsai boompjes noemen. Een van die boompjes was een “Kinkit” boompje. Dit boompje had rode besjes die gesuikerd werden, en op een klein schaaltje op het voorouderaltaar geserveerd. Aan de andere kant van de trap, was een boompje dat heel geurende bloemetjes had, die ik ook in het zomerpaleis in Peking heb gezien.

 
diplomas   Ze had één doel voor haar familie; de volgende generaties zullen het beter hebben dan ik. Dit beter zijn zag ze voornamelijk in beter onderwijs. Haar droom was; mijn kinderen zullen allen de middelbare school hebben afgemaakt, mijn kleinkinderen de universiteit.

Om dit te bereiken had ze in mijn vroegste herinneringen altijd interesse in je schoolresultaten. Zo moesten mijn zus en ik altijd onze rapporten aan haar voorleggen. Als er een 6 of 7 stond was dat niet goed genoeg en dan kregen we vaak te horen: jullie kunnen naar school, ik mocht niet naar school. Dus pak die kans en zorg voor een beter resultaat.
Toen ik bij latere rapporten op de middelbare school opmerkte dat dit het resultaat van racistische discriminatie was, had ze een verhaal hoe haar man, mijn grootvader, toen die nog naar school ging door de leraar voor de lol van de klas aan zijn staart uit de bank werd gesleurd (mijn grootvader had als jongen nog de door Ching Keizer voorgeschreven lange staart in het haar). Kijk dat is nou discriminatie. Als je zorgt dat je geen enkele fout maakt in een proefwerk dan kan je geen ander cijfer dan een 10 krijgen, anders kun je het dan met succes aanvechten.
Blijkbaar was dit rapporten inkijken in de familie gebruikelijk: mijn nicht Bie Giok wist te vertellen dat ze haar rapport altijd moest tonen aan grootvader Hok Hoei Kan. Hok Hoei Kan en zijn broer Han Khing Bie, beiden broers van mijn oma, moesten hun school onderbreken toen hun vader overleed.
Kortom goed je best doen op school was het algemene devies.

Maar ook had ze het geregeld er over, dat ze als kind zo hard had moeten werken. Na het overlijden van haar vader moesten de kinderen het rijstbedrijf/pellerij en het landgoed Gaboes besturen. Hun moeder had smetvrees en wou geen geld aanraken en liet het uitbetalen van de koelies over aan oma. Zo moest mijn oma om 5 uur in de ochtend controleren of de slijpmachines in de rijstpellerij goed waren afgesteld, en moest ze een selectie maken van de binnengekomen partijen padi welke voor zaad apart moesten worden gehouden en welke partij kon worden verwerkt tot rijst. Over haar vader, moeder en broers is na te lezen in het verhaal Han Oen Lee en Kan Oe Nio op deze site.
Dus hard werken was ook haar leefspreuk.

Een andere levenshouding die ik van haar heb geleerd is zuinigheid. Zo was ze tegen het weggooien van eten. Je bord moest je schoon leeg eten en vooral geen korreltje rijst laten staan, dat was zonde. Deze levenshouding van zuinigheid kwam al eerder voor in onze familie.

     
kopjes met opschrift tan oeko  

Mijn oma liet me als kind twee kopjes met opschrift Tan Oe Ko zien. Deze kopjes kreeg ze van haar schoonmoeder Thung Leng Nio de vrouw van Tan Goan Piauw. Toen Tan Goan Piauw pas Luitenant der Chinezen was onder zijn oom Kapitein Tan Oe Ko, was het gebruikelijk om na het drinken van de inhoud het kopje achter je weg te gooien. Nu de meeste vielen kapot. Echter diegene die nog heel waren werden door Thung Leng Nio opgeraapt en naar huis meegenomen.

Tante Lucy de oudste zus van mijn vader maakte geregeld foto’s van Gie Tjin en mij met oma. Zo ook een keer in de voortuin van Djalan Teuku Umar 13.

     
foto's van oma met kleinkinderen
     

Na de eerste foto viel haar oog op de Tjempaka Putih boom. Wat een mooie grote hoge boom is dat. Ja dat is één van de eerste bomen die hier geplant werd omdat ik zo dol ben op de geur van de Tjempaka Putih bloem. Hij, en toen wees ze naar me, plukt vaak deze bloemen voor mij. Klim jij dan in zo’n boom vroeg tante Lucy? Ja hoor, zei oma lachend, laat maar zien. Omdat ik weifelde, zei oma, als je iets kunt dan moet je het altijd tonen. Daar gaf ze weer één van haar wijze lessen. Dus ik klom in de boom.


Tante Non (Tan Tsjing Nio)

Tante Non is de oudste dochter van Tan Tjoen Lee’s broer, Tan Tjoen Keng. Toen Tan Tjoen Keng vroeg overleed kwamen zijn dochters inwonen bij Tan Tjoen Lee. Tante Non bleef ongehuwd en bleef daarom in de woning van Tan Tjoen Lee wonen. Toen mijn oma van Koningsplein naar de van Heutsz Boulevard (jl. Teuku Umar) verhuisde ging ook tante Non mee. Zo ver ik heb kunnen nagaan heeft ze altijd in de kamer naast die van oma gewoond. Wellicht verbleef ze ook geregeld bij haar broer en zus in Djakarta.

Behalve boven beschreven verwijzingen van neef Heng Liong Thung naar tante Non hoorde ik dat zijn zus Tjiang Ling Thung geregeld op de DjalanTeuku Umar 13 bij tante Non logeerde. Maar ook nicht Tan Bie Giok en neef Tan Eng Swie hadden leuke verhalen die deels overeenkwamen met die van mij.

     
tante Non  

 

Naast de reeds bovenvermelde rol als kruidendokter bemoeide tante Non zich met de (op)voeding van Gie Tjin en mij door heel uitgesproken meningen en het introduceren van gebruiken. Uit verhalen van neven en nichten bleek dat ze zich ook actief met hun opvoeding bemoeide, niet altijd overeenkomstig het beeld van hun ouders.

Bijvoorbeeld introduceerde ze “de Heilige Antonius” als er iets zoek was. Dit bracht ons in direct conflict met tante Cecilia, de zus van mijn vader die een katholieke religieuze zuster was. Volgens tante Cecilia was Antonius nooit heilig verklaard.

 

Ook nu nog roepen mijn zus en ik Heilige Antonius aan als we iets zoeken. Tijdens ons bezoek aan de Kathedraal van Heilige Antonius te Padua had mijn zus een klein tabletje met Heilige Antonius gekocht. Dit tabletje heeft ze in haar auto. Als ze een parkeerplaats zoekt roept ze ook altijd Heilige Antonius aan. Een keer was ze samen met een Katholieke collega in Amsterdam. Weer riep ze Heilige Antonius aan voor een mooie parkeerplaats.  De reactie van de collega was stop onmiddellijk met deze godslastering. Maar ze ging door. Op de plaats van bestemming reed net een auto weg van een parkeerplaats vlak voor de deur. Zo had ze een mooie parkeerplaats. Blijkbaar ligt het thema Heilige Antonius vandaag de dag nog steeds gevoelig bij Katholieken. En dan het schril contrast tussen de leegloop van kerken hier en de volle dom van Heilige Antonius te Padua.

Om je voeten te harden moest je op blote voeten lopen op het heetst van de dag. Dit vond mijn moeder toch niet zo’n goed idee.

Tegen Guna Guna = zwarte magiërs smeerde ze varkensvet op alle deurposten. Dit was vooral opportuun toen de vrouw van oma’s oudste zoon ons dood probeerde te maken behulp van verschillende Doekoens (tenminste daar was ze van overtuigd).

Toen ze merkte dat ik interesse voor wetenschap had liet ze me science fiction boeken lezen. Maar ook reisverhalen, en semi- historische verhalen. Door haar ben ik erg veel gaan lezen. Een voorbeeld was Mutiny on the Bounty. Ze had een versie in de ik vorm die goed liet zien hoe de inhaligheid van de Engelsen het “paradijs eiland” Pitcairn in een “moord eiland” veranderde. In de versies die ik later las was deze passage eruit geschrapt.

Ook nam ze me mee om een speciale orchidee, namelijk een Cattlea met een “Blauwe” bloem, te zien. Deze plant werd gewoon in de tuin van een vriendin van tante Non gekweekt.


Kleding van Oma

Oma droeg in Indonesië altijd de traditionele peranakan sarong en kebaja.

     
sarong  
sarong
     
Voorbeelden van sarongs zijn:    
     
sarong stof
     
sarong stof
     
sarong 5
     
sarong 6
     
Voorbeelden van Kebaja's zijn:
     
foto van kebaja
     
Kebaja 2, foto
     
details van een kebaja
     
details kebaja mouw
     

Oma’s Eigen Borduurwerk

 
Ook zijn voorbeelden van eigen borduurwerken van mijn grootmoeder bewaard gebleven, zoals bedlinten en stukken voorhang van de klamboe van het doodsbed van haar schoonmoeder Thung Leng Nio (weduwe Tan Goan Piauw).
borduurwerk oma
     
detail borduurwerk
     
detail borduurwerk
     
detail borduurwerk
     
detail borduurwerk
     
linten van doodsbed, geborduurd   Hiernaast de geborduurde linten die aan het bed van Thung Leng Nio hingen.


 

 


     

Van 1922 tot 1923 verbleef mijn grootmoeder met het gehele gezin in Scheveningen op de Frankenslag 166. Blijkbaar had ze toen Panorama Mesdag en andere schilderijen van Mesdag en tijdgenoten gezien. Borduurwerkjes met als thema Scheveningse vissersbootjes zijn bewaard gebleven.

     
borduurwerk vissersboot
     
achtergalerij
 

Ook op hoge leeftijd was ze nog steeds bezig met haken en borduren.

Hier zit ze voor haar slaapkamer op de achtergalerij van het hoofgebouw Djalan Teuku Umar 13

     
     

Andere mogelijke borduur- of haakwerkjes van Oma

     
mogelijk borduurwerk van Han Tek Nio
     
borduurwerk
     
mogelijke borduurwerken van Han Tek Nio
     
oranje borduurwerk
     
oranje borduurwerk
     
ornajeborduurwerk
     
detail van oranje borduurwerk
     
detail
     
rood borduurwerk
     
rood borduurwerk detail
     
kanten lintjes
     
kanten doek
     

Het bruidskleed van oma Tan Tjoen Lee (Han Tek Nio)

Een deel van dit hoofdstuk verscheen eerder in een ingekorte versie als Foto met Verhaal op de CIHC site.

Oma liet me haar bruidskleed zien toen ze bezig was met de voorbereidingen van het komend huwelijk van mijn oudere zus Wan Tjing. Ze sprak de hoop uit dat ze het nog zou meemaken dat dit bruidskleed werd gebruikt door één van haar kleindochters of de bruiden van haar kleinzonen. Zelf probeerde ze ook actief voor mij een bruid te zoeken. Zelfs bij de vele ziekenhuis opnames kreeg ik geregeld te horen nu heb ik toch een goede partij voor je gevonden!
Helaas voor haar trouwde Wan Tjing in Javaanse klederdracht en hadden haar andere kleinkinderen geen interesse in dit bruidskleed. Zo was ik de enige die over bleef die belangstelling toonde voor dit bruidskleed. Mijn interesse gold echter het mooie borduurwerk en niet zozeer dat het een bruidskleed was. Toen ze hoorde dat ik na de middelbare school naar het buitenland zou gaan om te studeren, benadrukte ze dat ik het bruidskleed moest meenemen voor mijn bruid. Op zich is het bizar om dit uitgerekend tegen een zoon van haar enige dochter die niet in dit bruidskleed was getrouwd te zeggen. Immers mijn ouders waren tegen de wil van hun ouders met elkaar getrouwd, zonder bruiloftsfeest.

Maar uit alles bleek dat dit bruidskleed haar kostbaarste bezit was en zodoende kwam het mee toen we weggingen uit Indonesië.

Het bruidskleed is vanuit Indonesië meegekomen in de originele spanen doos met verscheidene kruiden als conserveringsmiddel. Deze conserveringsmiddelen hebben ertoe bijgedragen dat het bruidskleed nog geheel gaaf en in originele kleuren de tijd heeft overleefd.

gehaakt   wittedoek

Het bruidskleed is ca. 4 keer gebruikt:
De eerste keer gebruikt tijdens huwelijk oma Han Tek Nio met opa Tan Tjoen Lee op 2 januari 1901 (geen foto)
- Daarna zijn haar twee oudste dochters en de bruid van haar oudste zoon erin getrouwd

huwelijk  
huwelijk
     
huwelijk  

Namelijk bij het huwelijk  van tante Ting Tan (Kiang Nio Tan) en oom Phoa Liong Djin in 1925, en bij het huwelijk van tante Len Tan (Tjang Nio Tan) en oom Riki Kan (Hay Gwan Kan) in 1928. Verder het huwelijk van tante Lucy Kan (Hing Nio Kan) en oom Freddie Tan (Tek Ihm Tan) in 1927.

Deze trouwfoto’s hingen aan de wand van haar slaapkamer.

     

Omdat ik familie gerelateerde objecten niet wilde verkopen, maar wel een veilige bestemming ervoor zocht, kwam ik uiteindelijk bij het Volkenkunde Museum te Leiden.
Het Rijksmuseum Volkenkunde, tegenwoordig een onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen, heeft belangstelling om hun bestaande Peranakan collectie uit te breiden met voorwerpen waaraan een verhaal is verbonden met eventuele documentatie en foto's. Door plaatsgebrek in de depots kan echter alleen een heel beperkt aantal objecten worden aangenomen.
Als testcase doneerde ik het bruidskleed van mijn oma Tan Tjoen Lee (Han Tek Nio) aan dit museum.

bruidskleed voorkant   bruidskleed achterkant

Voor en achterkant van het bruidskleed.

   
bruid voorkant
 
bruid achter
     

Het inventarisnummer van het bruidskostuum bij het RMV is: 6206-1 en te bekijken op de site van het Volkenkunde Museum te Leiden.

 

 
collectie
 
voorkant
     
lint
     
lint
     
doek
     
laarzen

Dit bruidskleed was het centrale pronkstuk bij de éérste “Chinese Peranakan Tentoonstelling” in Nederland in het Volkenkunde Museum te Leiden van 16 april 2015 tot mei 2016.

Een uitgebreide  beschrijving van dit bruidskleed door Dr. Francine Brinkgreve, de conservatrice Indonesie van het Volkenkunde Museum, is te lezen bij de tab “Familie Documenten” op deze site.
tntoonstelling

Een vaak terugkerende vraag is, of mijn grootmoeder haar eigen bruidskleed zelf had gemaakt. Gezien haar verhalen over hoe ze voor haar huwelijk van 5 uur in de morgen tot 12 uur in de nacht moest werken op de rijstpellerij van haar moeder, lijkt dit niet waarschijnlijk.
Dat ze zo goed kon borduren was normaal voor die tijd rond 1900, waarbij alle dochters van goede komaf als basiskennis konden borduren.

     

Slotopmerkingen

Oma Han Tek Nio heeft een duidelijk stempel op mijn leven gedrukt.
Hard werken, zuinig leven en je altijd geheel inzetten om een doel te bereiken waren de levenslessen die je meekreeg.

     

Sioe Yao Kan

Berkel, Laatste update Mei 2018

 

-terug naar begin-