header verhalen

 


Overzicht verhalen

01- De grafvondst van mijn stamvader Kan Keng Tiong en het fenomeen van Mandarijnen in Nederlands Indië

02- Het massagraf

03- Djakarta, Jalan Teuku Umar 15, het laatste huis van H.H. Kan

04- Het nummer op de gele Universitas Indonesia jacket

05- Het Amateur Orkest van Djakarta

06- Algemeen Vernietigings Corps

07- De Chinese Heren van de Thee

08- De voorouderaltaren van de Kan-Han-Tan clan

09- De Doodskist van overgrootmoeder Thung Leng Nio als voorbeeld van een Traditionele Chinese Kist

10- Tan Goan Piauw en Thung Leng Nio

11- Villa Meiling, te Bandoeng, een historisch gebouw voor Nederlands Indië

12a- Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio
12b- Tan Tjoen Lee
12c- Han Tek Nio

13- Kan Keng Tjong overzicht

14- Desiree Tan (Hoei Nio)

15- Bommeltje

16- H.L.L.Kan en de Opium- en Zoutregie in Nederlands Indië

17- Muziek in mijn familie

18- Gedong Dalam - een Paladio Villa in Nederlands Indië

19- De Dood van Ferry Tan en de mislukte doofpotaffaire van s.s. Insulinde

20- De verdwenen Compagnie Seepers van de Stadswacht van Batavia

21- Han Oen Lee en Kan Oe Nio

22- Ganti Nama, de verplichte naamsverandering van Chinese Indonesiers en andere racistische regels in Indonesie

23- Begrafenissen en graven bij de familie Kan-Han-Tan

24- Tan Tjoen Liang de eerste Nederlands Indische Chinese Ingenieur  aan de TH Delft.

 
 

12a. Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio

vergrootglas_kleinstamboomklein
 
 

Inleiding

Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio zijn de ouders van mijn moeder Desiree Hoeij Nio Kan-Tan.
 

Tan Tjoen Lee werd geboren op 29-01-1875 te Buitenzorg en stierf te Batavia op 12-12-1934.
Zijn ouders zijn Tan Goan Piauw 1835-1889 en Thung Leng Nio 1839-1928 (zie verhaal Tan Goan Piauw en Thung Leng Nio op deze site).

foto Tan Tjoen Lee
 
foto Han Tek Nio
 
TanTjoen Lee en Han Tek Nio

Han Tek Nio werd geboren op 05-09-1883 te Meester Cornelis district Bekasi en stierf te Djakarta op 03-12-1969.
Haar ouders zijn Han Oen Lee, 1856 – 1895 en Kan Oe Nio 1850 – 1910 (zie verhaal Han Oen Lee en Kan Oe Nio op deze site).

Tan Tjoen Lee trouwt met Han Tek Nio op  2-1-1901 in Bekasi.

Volgens nicht Tan Bie Giok nam Tan Tjoen Lee direkt na het huwelijk een leraar in huis om oma Han Tek Nio op hetzelfde denkniveau te krijgen als hijzelf. Hij wilde echt een maatje, iemand om mee van gedachten te wisselen. Waarschijnlijk leerde ze toen ook Nederlands.

kinderen

Ze krijgen 5 kinderen: Fred,  Helene, Clementine, Ferry en Desiree. Die laatste was mijn moeder.

De oorspronkelijke versie van dit verhaal over Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio bestond uit meer dan 90 pagina’s. Telkens kwamen meer foto’s, herineringen en anekdotes naar voren. Dus dit verhaal bleef maar groeien. Om de leesbaarheid te verbeteren werd besloten dit verhaal op te delen in drie delen.

Het oorspronkelijke verhaal met als nummer 12 a, met als inhoud uitsluitend die delen die betrekking hebben op zowel Tan Tjoen Lee als ook Han Tek Nio.

Een verhaal speciaal toegespitst op Tan Tjoen Lee met als nummer 12 b.

Een verhaal speciaal toegespitst op Han Tek Nio met als nummer 12c.

 

Huwelijk Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio

Han Tek Nio trouwt met Tan Tjoen Lee op  2-1-1901 in Bekasi.

trouwakte
     
trouwakte
     
trouwakte
     
trouwakte

Zoals uit de trouwakte blijkt is oma kennelijk op haar trouwdag onwel, zodat de trouwambtenaar bij haar thuis te Karang Tjongok district Bekasi kwam om het huwelijk te voltrekken.

Han Khing Bie en Tan Tjit Nio
 

Tegelijk trouwde ook haar broer Han Khing Bie (K.B. Han, gelijkgesteld in 1900) met een zus van Tan Tjoen Lee, namelijk Tan Tjit Nio. Van dit stel is een officiele foto bewaard gebleven die waarschijnlijk omstreeks hun huwelijk werd gemaakt. Helaas niet van Han Tek Nio en Tan Tjoen Lee.

 

 
bruidskleed   bruidskleed  

Van oma is ook nog een bruidskleed bewaard gebleven. (zie Het bruidskleed van oma Han Tek Nio in het verhaal over Han Tek Nio op deze site)
Of oma wegens ziekte dit bruidskleed op haar huwelijk daadwerkelijk heeft gedragen is niet meer te achterhalen.

         
kistje   Oma gaf me ook zilveren kistje met de mededeling dat Tan Tjoen Lee dit had meegenomen uit Europa.

Toen drong de speciale betekenis van dit kistje niet tot me door. Pas toen ik in een museum een “Knotten Kistje” zag werd dit me duidelijk. In de 16e en 17e eeuw kreeg namelijk de bruid van haar aanstaande man een zilveren kistje met gouden munten.
In een brief naar zijn moeder schreef Tan Tjoen Lee dat hij in Duitsland zou zoeken naar een messen set voor het aanstaande huwelijk van zijn zus Tan Tjit Nio met Han Khing Bie. Blijkbaar had Tan Tjoen Lee in een museum ook zo’n Knotten Kistje gezien.

mes   Dus toen hij in Duitsland de messen voor zijn zus kocht kon hij een 19e eeuwse versie van zo’n kistje kopen voor zijn bruid Han Tek Nio. Aan de onderkant is een markering WMF van de Württembergische Metallwarenfabrik te Geislingen an der Steige, Duitsland (opgericht 1853).  

Uit verhalen van mijn oma was dit huwelijk voor haar een welkome vlucht uit een leven van te hard werken en een niet al te goede verhouding met haar moeder. Tevens benadrukte ze vaak dat dit huwelijk ondanks dat het gearrangeerd was, toch een heel gelukkig huwelijk was. Volgens nicht Tan Bie Giok  waren ze gelijkwaardige partners en deden ze zo veel mogelijk alles tezamen. Oma liet haar man niet alleen ergens heen gaan.

Huizen van grootouders Tan

Gedong Dalam
 
Direct na hun huwelijk woonde het echtpaar Tan Tjoen Lee in Gedong Dalam te Buitenzorg, het huis van de ouders van Tan Tjoen Lee.
 
adresboek
 
adresboek
         
Gedong Dalam Buitenzorg

Hoe lang ze bij de moeder van Tan Tjoen Lee hebben ingewoond is onduidelijk, bijvoorbeeld mijn moeder is niet daar in Buitenzorg geboren maar op een landgoed van de familie Tan te Wadas. Omdat Tjoen Lee Tan gelijkgesteld was hoefde hij niet aan de restricties van het “wijkenstelsel” te voldoen dat in ca. 1919 werd afgeschaft. Mogelijk is er ook een verband tussen zijn reis naar Nederland tussen 1922 en 1923 en een verbouwing of het bewoonbaar maken van hun huis op Koningsplein Oost 13.
Vast staat dat de familie Tan Tjoen Lee reeds in Koningsplein Oost 13 woonde voordat de moeder van Tan Tjoen Lee, Thung Leng Nio overleed in 1928. Mijn moeder vertelde namelijk dat haar grootmoeder Thung Leng Nio hun geregeld bezocht in Batavia.


Familie Tan in Den Haag

Het gezin Tan Tjoen Lee heeft een periode in Scheveningen/Den Haag gewoond; namelijk vanaf 21-8-1922 tot 20-7-1923 op het adres: Frankenslag 166.

 
Hiervan bestaat een persoonskaart waarop staat vermeld Tjoen Lee Tan, Nederlands koopman, met Han Tek Nio en 5 kinderen.
 
verhuizing frederik
 
Bij het oudste kind: Tan Tek Ihm = Frederik staat dat hij 7-10-1922 naar Delft vertrekt, terwijl zijn registratie op de Frankenslag begint op 16-10-1922 (?)
 
de tijd
 
Het volgende feit is dat Tjoen Lee Tan vertrekt gelijktijdig met Freddy naar Batavia op 22-5-1923, de rest van het gezin keert terug op 20-7-1923 naar Buitenzorg (dat heeft mogelijk met het schoolgaan van de kinderen te maken).
 
sumatra post
 

Het lijkt erop dat Freddy Tan even heeft gestudeerd in Delft en meteen weer is meegenomen naar Batavia op 22-5-1923.
Daarover vinden we in het Gemeentearchief Delft iets terug in het Alleenstaandenarchief: Freddy Tan  vestigt zich in Delft op 4-7-1921 en laat zich inschrijven 3-1-1922.
Dan staat er weer een datum van vertrek naar Den Haag Frankenslag 166 (bij zijn ouders) op 7-10-1922.
In de periode 1921- 1926 zijn er nog meer Tannetjes in Den Haag:
Nonnie Tsjing Nio van 18-10-1921 tot 22-12-1921 op 3 adressen Den Haag
Jessie Thwan Nio van 18-10-1921 tot 1-12-1923 vertrekt naar Amsterdam, beiden dochters van de overleden broer van Tan Tjoen Lee, namelijk Tan Tjoen Keng.
E.F.Tek Liang = Ferry, de jongste zoon van Tan Tjoen Lee en Han Tek Nio inwonend vanaf 23-8-1926 bij Chevalier op de van Beverninckstraat 12 in Den Haag,  maar hij vertrek op 25-1-1927 naar Wageningen.

 
 
 

Koningsplein Oost 13

Dit was voor WO II de verblijfplaats van de familie Tjoen Lee Tan jr.

 
Koningsplein Oost 13
 
Centrale hal
 
de werkkamer van Tan Tjoen Lee in den Haag
 
Werkkamer Tan Tjoen Lee.
(in de ruit van de boekenkast is Tan Tjoen Lee in spiegelbeeld te zien).
 
De eetkamer in Den Haag
 
De eetkamer
 

Van Heutsz Boulevard 13 – Djalan Teuku Umar 13

 
vedutie   Na de dood van Tan Tjoen Lee verhuisde mijn oma naar een kleiner huis aan de van Heutsz Boulevard 13. Over het exacte tijdstip van verhuizen is een onduidelijkheid.
Volgens nicht Tan Bie Giok moest oma uit het huis van Koningsplein Oost 13 tijdens de Japanse bezetting. Ze koppelt dit feit met een herinnering aan een bezoek aan Oma Tan tijdens de Japanse bezetting te Koningsplein Oost no 13. 
Maar volgens een vendu advertentie van 17-01-1940 blijkt dat oma reeds voor de Japanse bezetting bezig was met verhuizen naar de van Heutsz Boulevard 13.
 
bommeltje

Ook is er een foto van oma met de kinderjuf Bommeltje op de achtergalerij van het hoofdgebouw van het huis op de van Heutsz Boulevard 13. Bommeltje werd net als alle andere  Nederlanders direct na de inval van de Japanners 1-3-1942 geïnterneerd (zie verhaal Bommeltje op deze website). Dus Oma zat reeds in het hoofdgebouw voor 1-3-1942.

 
Heutsz Boulevard

Links hoofdgebouw, rechts paviljoen van Heutsz Boulevard no.13.

 
paviljoen   overplaatsing
       
  geboren    
     
    geboorte
 
Ook zouden, volgens overleveringen, mijn ouders nadat ze in 1938  waren teruggekomen van de OZR standplaats Soerabaja, juist in het paviljoen van de van Heutsz Boulevard 13 zijn gaan wonen omdat oma reeds in het  hoofdgebouw woonde. Daarom werd mijn oudste zus Wan Tjing niet in Soerabaja maar in Batavia geboren.
Er zijn ook brieven bewaard gebleven waarin mijn moeder klaagde over vervelende huurders in het hoofdgebouw.
Conclusie: Oma is in twee etappes verhuisd. Eerst alleen één of twee kamers, en pas tijdens de Japanse bezetting toen de huurders weg waren het gehele hoofdgebouw. 
         
         

De sociale en culturele contacten van oma Han Tek Nio en opa Tan Tjoen Lee.

Een deel van dit hoofdstuk verscheen eerder in verkorte versie als Foto met Verhaal op de CIHC website.

Mijn oma en opa waren betrokken bij verschillende sociale en culturele instellingen. Zo vonden we dat oma betrokken was bij een weeshuis en school voor Chinese meisjes Ati Soetji.
Dit weeshuis en school voor Chinese meisjes “Perkoempoelan Ati Soetji” was in 1917 opgericht door mevrouw Lie Tjian Tjoen (Aw Tjoei Lan) (1889-1965).

Het weeshuis Ati Soetji werd officieel geopend door de vrouw van de Gouverneur Generaal mevrouw de Gravin van Limburg Stirum

     
krantenbericht over bestuursleden  

krantenbericht

Bij een zoektocht in de historische kranten naar gegevens van mijn oma Tan Tjoen Lee (Han Tek Nio) vond ik toevallig een bericht van de oprichtingsvergadering van Ati Soetji. Daaruit bleek dat mijn grootmoeder in het bestuur was gekozen.

 

Bij het doorlezen van dit bericht kwamen de verhalen mijn grootmoeder Han Tek Nio weer naar boven zoals de borduur- en haaklessen die ze aan deze meisjes van Ati Soetji had gegeven.
Voorbeelden van “merklappen” die deze meisjes moesten borduren als test van bekwaamheid zijn nog bewaard gebleven.
Het bijzondere van deze merklappen was dat ze van beide kanten even mooi waren, je zag geen afwerkingsdraden.

`    
borduurwerk
     
merklap


Dat mijn oma betrokken raakte bij het weeshuis en meisjesschool Ati Soetji was een direct gevolg van haar verwantschap met de oprichtster van Ati Soetji. Immers haar broer H.H. Kan was getrouwd met zijn nichtje Lie Tien Nio, de zus van Lie Tjian Tjoen maar ook was Lie Tien Nio haar directe nicht via haar grootouders Kan Keng Tiong en Jo Heng Nio.

Aanvullende informatie over Ati Soetji (Hati Suci) is te vinden op de volgende Sites:

  1. http://www.youtube.com/watch?v=rWhOembdOMs&sns=em

  2. http://nationalgeographic.co.id/berita/2014/10/sang-nyonya-dan-seabad-roemah-piatoe-ati-soetji

    en in het boek: “Buku Aw Tjoei Lan” (aanwezig bij KITLV/CIHC/ UB Leiden)
fancy fair  



De borduurwerken gemaakt bij Ati Soetji werden ook verkocht op een Fancy Fair. Beide grootouders Tan waren bij deze Fancy Fairs betrokken.

Ook namen oma en haar man Tan Tjoen Lee deel aan verscheidene andere liefdadigheid en culturele evenementen zoals de Bataviasche Kunstkring.

 
batkunst
 

Volgens nicht Tan Bie Giok was oma ook betrokken bij verschillende activiteiten georganiseerd door de Vrijmetselaars Loge van Batavia.

 

Slotopmerkingen

Tan Tjoen Lee overleed 12 december 1934 en werd begraven op landgoed Kebon Pedes even buiten Buitenzorg.

 
overlijdens bericht
 
nvdd
 
tan_jr
 
graf Kebon-Pedes
     

Op deze foto is oma bij het graf van haar man Tan Tjoen Lee te zien.

     
graf Kebon Pedes   graf Kebon Pedes
     
graf Kebon Pedes
  graf Kebon Pedes
     

De voor en achterkant van het graf van Tan Tjoen Lee.
Het graf is ontworpen door een vriend en mede-vrijmetselaar van Tan Tjoen Lee, de architect Liem  Bwan Tjie.
We hebben wat bouwtekeningen van het graf kunnen vinden in het NAI/Architectuur museum.

     
tekening graf
     

Versiering voor pilaren die nooit zijn gerealiseerd.

     
tekening graf
     

Detail versiering pilaren

   
     
tekening graf
 

Detail voor de Bongpai

 
tekening graf
     
Het was de bedoeling dat oma naast haar man in dit graf zou worden begraven
 
Volgens nicht Kan Soei Lian had oma lange tijd speciale blauwe sarongs als rouwkleding aan op dinsdag, de dag van overlijden van haar man.
Bij het in memoriam van de vrijmetselarij werd deze foto gepubliceerd. Bij het Tan familie altaar hing een groot portret van deze foto.
 
tan
 
Op het landgoed Kebon Pedes was  ook oma’s jongste zoon Ferrie (Tek Liang Tan) begraven en de ouders van Tan Tjoen Lee; Tan Goan Piauw en Thung Leng Nio. Elk jaar gingen we met Ching Ming met oma en de hele familie naar de graven. Dit was een leuk uitje, er werd gepicknickt op de graven met Batjan en andere lekkere hapjes. De bewoners van het landgoed kwamen allen kijken en oma werd met “Djoeragan”(land eigenaar) aangesproken, kleine jongens werden de kokosbomen ingestuurd voor jonge kokos, we kregen dus kokossap bij de hapjes.
Aan deze bezoeken kwam plotseling in 1962 een eind. Na een telefoontje moesten we halsoverkop de graven in de buurt van Djakarta ontruimen. Hoewel de graven bij Bogor niet direct gevaar liepen wilde oma dat het graf van haar man en haar zoon ook meteen werd opgegraven. Zie mijn verhaal "Het massagraf" op deze site.
Voor het opgraven  waren een speciale vergunningen en aktes van overlijden nodig van Tan Tjoen Lee en zoon Ferry. Zoals deze verklaring van de burgerlijke stand te Djakarta.
 
tlatatansipil


Na 1960 werd de toestand in Indonesia voor Chinezen in het algemeen en onze familie ronduit slecht.
Het begon dat mijn oudste broer in de gevangenis belandde omdat hij zo onvoorzichtig was geweest om op een plek waar de muren oren hadden kritiek op Soekarno te uiten.
In 1963 was de Communistische Partij van Indonesia (PKI) zo krachtig dat ze het ambtenaren apparaat probeerde over te nemen. Alle ambtenaren moesten lid worden van de communistische vakbond. Toen mijn vader dit weigerde werd hij op staande voet ontslagen. Plotseling had onze familie geen bron van inkomsten meer. Het ergste was dat onze familie geen ambtenarenrantsoen van rijst, petroleum en kokosolie meer kreeg. We hebben die tijd overleefd met het verkopen van spullen die niet strikt nodig waren. We hadden geen geld meer voor bediendes dus alles moesten we zelf doen.
Van alle stress stak bij mijn moeder de TBC weer op. Door ondervoeding werd dit steeds erger.

In 1965 werd een coup in Indonesia gepleegd, de communisten kregen de schuld. Direct de volgende dag werden reeds Chinezen opgepakt en vermoord in de regio’s buiten Djakarta onder het mom dat alle Chinezen communisten zijn. In 1967 kwamen de moorden op Chinezen ook naar Djakarta. Ons huis bleef gespaard omdat we schuin tegenover Generaal Nasution woonde en de weg voor de veiligheid van Generaal Nasution was afgezet door militairen van de Siliwangi Divisie. Ook werd ik beschermd door het dragen van de gele jacket van de Universitas Indonesia en omdat ik lid was van de anti-communistische Studenten Aktie Eenheid (Kesatuan Aksi Mahasiswa Indonesia; KAMI) zie mijn verhaal "nummer-op-gele-universitas-indonesia-jacket" op deze site.

Mijn vader bagatelliseerde altijd de pogroms tegen de Chinezen. Maar toen de moorden op Chinezen in 1967 ook in de benedenstad (Chinese wijk) van Djakarta plaatsvonden en een vriend Chin Hoi Kwet  hem letterlijk meesleurde om de lijken te zien, toen pas vielen de schellen van zijn ogen en begreep hij dat er in Indonesia geen toekomst meer was voor ons.
Intussen werd oma steeds erger dement. En ze werd steeds meer hulpbehoevend. Als ik overdag naar school of de Universiteit was kwamen mijn moeder en vader haar te hulp. Nadat mijn moeder te ziek was werd het steeds vaker mijn vader die haar moest helpen. In een brief aan nicht Soei Lian Kan in 1967 beschrijft mijn vader hoe oma geheel niet bewust was van de situatie waarin we verkeerden. Toen hij aan oma vroeg om wat minder veeleisend te zijn en vertelde dat haar dochter doodziek was, kreeg hij als antwoord: “daar hebben we toch bediendes voor”.
Oma was erg ongeduldig. Als ze riep en/of met het belletje klingelde moest je haar direct hulp bieden anders deed ze het wel zelf. Dit resulteerde vaak in vallen. Ze brak verschillende keren haar heup. De laatste keer dat ze viel kon ze niet meer worden geopereerd. Ze verbleef in dit ziekenhuis tot haar dood.   Het toeval wou dat oma in hetzelfde ziekenhuis als haar man namelijk het Tjikini Ziekenhuis is overleden.
De avond voor haar overlijden had ik ondanks onze slechte financiële situatie speciaal chocolade voor haar meegenomen. Toen ik vroeg of ze dit lustte zei ze “Boleh” (ja het mag). Ik herinner me speciaal die avond omdat ik erg in spanning was voor de volgende dag, het tentamen Mechanica. Waarschijnlijk ben ik de laatste van de familie die haar nog levend heeft meegemaakt. De volgende morgen kregen we een telefoontje dat ze die nacht was overleden. Ik maakte het tentamen en vergat een blad in te leveren. Het tentamen werd ongeldig verklaard. Gelukkig mocht ik het overdoen. Zo kon ik als eerste op de Universitas Indonesia binnen drie jaar mijn Bachelor of Science (BSc) halen. Oma heeft dit helaas niet meegemaakt, ze zou heel trots zijn geweest. Algemeen werd het ook als iets bijzonders gezien, zo werd ik als jongste Assistent Docent aan de Universitas Indonesia aangesteld nota bene in het vak Mechanica.

Het overlijden van oma luidde ons vertrek uit Indonesia in. Het huis Teuku Umar no 13 werd aan mijn moeder nagelaten. De opbrengst van dit huis maakte het mogelijk om genoeg geld te hebben om de reis te maken en in Europa een nieuw bestaan op te bouwen. Het verkopen van dit huis was echter problematisch. De nieuwe machthebber na de coup Generaal Suharto wou niet in het paleis wonen maar bleef in zijn eigen huis wonen. Voor de veiligheid werd een gebied rondom dit huis tot speciaal gebied verklaard. Ons huis viel in dit speciale gebied. We konden het huis alleen aan een bevriende generaal van Suharto verkopen. Gelukkig werd inderdaad zo’n generaal gevonden. De belangrijkste spullen werden in een container gepakt en als pakketje naar mijn broer in Nederland afgezonden.

De familie ging officieel verhuizen naar het adres van mijn oudere zus en haar man. Van daaruit gingen we officieel op familiebezoek naar Singapore. Eenmaal  in Singapore gingen we door naar Duitsland. Toentertijd had je daarvoor geen visum nodig. Zo kwamen we in Europa een nieuw leven tegemoet in 1971

 
laatstefoto
  laatstefoto

De laatste foto’s voor het vertrek uit Indonesië.

 

Sioe Yao Kan

Berkel, Laatste update Juni 2018

 

-terug naar begin-